Keeperstraining > techniek > stoppen van zeven meters


Het stoppen van 7 mtrs is een geheel andere situatie dan het stoppen van andere schoten.
Er is geen speler in de buurt die de worp nog kan verhinderen.

In eerste instantie denk je dat de werper dus een groot voordeel heeft.
Niets is minder waar !
Trainer, coach, medespelers en publiek verwachten van de schutter dat hij de strafworp er in gooit. Voorwaar een grote druk. (Vergelijk de strafworpmalaise bij de voetballers van het Nederlands elftal !).
De keeper daarintegen is vrij van al deze druk. Niemand verwacht van hem dat hij de strafworp wel even zal stoppen.

Belangrijk is de analyse van de strafworpen. In geobserveerde wedstrijden dient de trainer/coach aantekeningen te maken over de 7 mtrs van de tegenpartij. Bij meerdere wedstrijden zal men wellicht een patroon kunnen ontdekken in het nemen van strafworpen bij de diverse spelers. Een keeper kan hier dankbaar gebruik van maken.

De keeper kan indien hij de nodige ervaring heeft uit de opstelling en houding van de strafworpnemer concluderen waar een bal terecht zou kunnen komen.

De afweer van de strafworp dient ongeveer 2 tot 3 mtr van het doel te gebeuren.


Dit al naar gelang de lengte van de keeper. Hoe langer de keeper hoe verder van het doel. Verder van het doel heeft geen zin daar de geworpen bal binnen een fractie van een seconde langs de keeper heen is en een gerichte reactie dus niet mogelijk is.

Variatie in keepersgedrag is belangrijk !!!
Stel de strafworpnemer steeds weer voor een nieuwe opgave als hij achter het streepje gaat staan. Wat zijn de mogelijkheden :
1) Een meter voor het doel met armen hoog. Veel schutters vergaat dan al de lust om hoog te werpen en beperkt de keeper de mogelijkheden voor de schutter. Op het moment van de worp trekt hij een been op en reageert met de arm. Niet steeds hetzelfde been !

2) De keeper staat op ongeveer 2 tot 3 mtr van het doel en wacht op de worp. Op het moment van de worp een arm en been omhoog bewegen.


3) De keeper staat op ongeveer 2 tot 3 mtr van het doel en wacht op de worp. Op het moment van de worp maakt de keeper een Hampelmann.


4) De keeper staat 3 tot 4 meter voor het doel. Hij tracht zo de schutter onzeker te maken. Hij provoceert zo een lobje waarmee de keeper natuurlijk rekening houdt. Op het moment van het schot trekt hij arm en been op.

Probeer als keeper dus steeds een andere manier uit om zo het stereotype werpgedrag van spelers te beinvloeden.

Foto's
Roland Kop